Architectuur in de Digitale Wereld: van doel tot middel.
Frans Loth, Andarr Consultant en Architect
Ik ben sinds 1996 ICT architect en de laatste jaren heb ik er moeite mee om deze functietitel te gebruiken. Natuurlijk, de functietitel “ICT Architect” klinkt interessant. Het is op een feestje altijd goed voor een gesprek van zeker 30 minuten en meer als mijn gesprekspartner (negatieve) ervaring heeft met ICT ontwikkelingen. Ja, de functie Architect klinkt OK, een beetje sexy zelfs; er resoneert iets in door van kunstenaarschap, creativiteit , vrijheid, gecombineerd met structuur, autoriteit en macht. Klopt dit allemaal en doen wij, Architecten in de Digitale Wereld, recht aan dit halo-effect ?
Kunstenaarschap
In de bouwwereld - daar spiegelen ICT architecten zich immers graag aan - is het artistieke aspect van architectuur beslist van toepassing. Dat wordt zichtbaar als karakteristieke bouwwerken op een zeker moment verheven worden tot de status van monument, rijksmonument of zelfs werelderfgoed. Gebouwen die zich kenmerken zich door belang, ouderdom, bouwwijze, tijdgeest, innovatie, …, etc. voegen iets toe en krijgen terecht een dergelijk predikaat. En ik kan me zelf inderdaad aan vergapen aan bijzondere gebouwen. B.v. de eerste keer dat ik de Sagrada Familia van Gaudi zag heb ik letterlijk het eerste uur met open mond voor de gevel gestaan. Van verbazing, verwondering en bewondering. Diezelfde verwondering kan je ook ondergaan als je van bovenaf naar de Amsterdamse grachtengordel kijkt, of als je de synthese tussen het Hollandse landschap, oude windmolens en grauwe stormachtige herfstluchten aanschouwt. Het extra verbazingwekkende is dat de gebruiksfunctie, de artistieke vorm en de omgeving zo mooi samenkomen. Een bouwkundig architect heeft beslist iets “artistiekigs “ in zich.
Kennen wij een equivalent in de Digitale Wereld? Nou …….. Nee.
Het eerste stuk ICT (hardware / software) dat tot rijksmonument bestempeld wordt en dat tegelijkertijd nog steeds naar volle tevredenheid functioneert moet ik nog tegenkomen. Want let wel: (rijks)monumenten zijn geen dode gebouwen, ze worden nog steeds gebruikt! En vaak met verve en vormen een inspiratie bron voor de bewoners of gebruikers! Tsja, producten als MSDOS, WP51, Windows 3.0/3.11, OS2, Baan: zeker, het zijn mijlpalen in de software industrie, maar nog steeds bruikbaar? Nee, beslist niet. Ik heb recentelijk met genoegen floppies en CD’s van dergelijke producten weggegooid. Als chemisch afval.
Legacy applicaties dan? Meermalen heb ik met dergelijke applicaties van doen gehad. En ook toen ervoer ik verbazing en verwondering toen ik deze software doorschouwde. En met respect voor de creativiteit die aan de dag gelegd werd door de mensen die in en aan legacy applicaties ontwikkeling en onderhoud moesten uitvoeren, soms met minimale middelen en altijd met te krappe deadlines . Het eindresultaat is echter vaker een onbegrijpelijk en ondoorgrondelijk gebeuren. En daar kan ik geen bewondering voor opbrengen.
Ondoorgrondelijk en begrijpbaar? Net als kunst zult u misschien zeggen! Ik vind kunst zelf vaak ook moeilijk toegankelijk en verklaarbaar. Toegegeven, ik ben dan ook een cultuurbarbaar. Maar in een goed ICT ontwerp of architectuur blauwdruk moet een zekere mate van elegantie te onderkennen zijn en het eindresultaat moet begrijpelijk en eenduidig zijn. Vorm en functie moeten ook in de Digitale Wereld hand in hand gaan.
Nee, voor legacy applicaties geldt niet dat ze mooier / beter worden naarmate zij ouder worden, zoals een goede fles wijn die je jaren weglegt.
Creativiteit en vrijheid
Hier vind ik wel een overeenkomst tussen de bouwkundig architect en de architect in de digitale wereld. Vrijheid en creativiteit bestaan, maar dan wel binnen de beperking van het eco-systeem waarin de architect opereert.
De bouwkundig architect heeft te maken met een eco-systeem van strikte wet en regelgeving, bouwverordeningen, bouw- en constructiewijzen, planologie, welstandseisen, inspraak, economische eisen etc. etc. Daarbij is zijn rol ook duidelijk afgebakend, maar vervolgens kan hij zijn creativiteit dan ook uitbundig etaleren. Glas of staal? Baksteen of beton? Rechthoekig, vierkant, laag, hoog, de bouwkundig architect kan schier oneindig variëren.
Het digitale eco-systeem waarin de ICT architect zich bevindt is weerbarstig. Wet en regelgeving, ze zijn er niet, of ze zijn zwaar belastend. Als richtlijnen binnen een bedrijf bestaan (de z.g. ICT Standaard!), dan geldt die alleen voor zolang de business zich er iets van aantrekt. Van bedrijf tot bedrijf: overal is het anders, niets is hetzelfde. Zelfs het gebruik en inrichting van iets “eenvoudigs” als een Windows netwerk met Windows Workstations is overal anders. De software producten, de bouwmaterialen waarmee de architect het mee moet doen, sluiten meestal maar matig op elkaar aan. Hoe ben je dan creatief als digitaal architect? Nou, het zit ‘m dan meer in het “schipperen” tussen wens en eis. Een jaar of 10 geleden leerde ik van een collega het gezegde “als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan”. En zo geschiedde. En ik heb daar overigens zelf altijd veel lol in, want het blijkt dat je heel creatief kan zijn binnen de grenzen van wat mogelijk is.
Macht, autoriteit en structuur
U voelt ‘m natuurlijk al aan komen. Met de hoeveelheid macht en autoriteit die kleeft aan de functie van architect in de digitale wereld valt het reuze mee (of tegen, ’t is maar hoe je het bekijkt). Je hebt eigenlijk altijd te maken met een bestaande setting waarbinnen marginaal veranderingen mogelijk zijn. Hoeveel bedrijven kent u zelf die grootschalig architectuur denken hebben geadopteerd EN geïmplementeerd. Die geïnvesteerd hebben in een fantastische ICT backbone met SOA, ESB, BI, etc. waarbij de business met volle vreugde haar business applicaties over de kop gegooid heeft om die te integreren?
Nou, ik ken ze niet. En toch, en toch, en toch. Veel architecten denken dat ze de macht en autoriteit hebben, of tenminste zouden moeten hebben, om structuur op te leggen. Er wordt een enterprise architectuur ontwikkeld. Een doel-architectuur waaraan alle business/ICT ontwikkelingen aan getoetst moeten worden, waarin de “business/ICT alignment” door ICT-ers (huh, kan dat eenzijdig vanuit de ICT?) is vastgelegd.
“Doel-architecturen”: het trieste is dat deze doelen nooit bereikt zullen worden. Want business is business. En business verandert continu. Daar ga je dan met je business/ICT alignment. Je kunt proberen erop in te spelen, maar als enterprise architect blijf je achter de feiten aan hobbelen.
Machteloos staat de architect daar, met een pseudo-structuur onder de naam doel-architectuur in de hand. Onbegrepen door de business en in de meeste gevallen niet gerespecteerd door de ICT development discipline. De ivoren toren sluit zich om hem heen.
Maar ja, we spiegelen ons als architect toch graag aan de bouwwereld. De planoloog (een ruimtelijk architect) dicteert de structuur. De welstandscommissie de uitstraling. Maar daarbinnen heeft de bouwkundig architect wel degelijk veel macht. Ooit een oplevering van een nieuwbouw huis of kantoor meegemaakt? De stem van de architect weegt zo mogelijk nog zwaarder dan die van de toekomstig bewoner. En dat geldt helemaal als er uiterlijke veranderingen aan een gebouw doorgevoerd moeten worden!
Waarom lukt het de digitaal architect dan niet om in de Digitale Wereld die zelfde positie te verkijgen? Pas als de digitaal architect het Machiavellistische principe m.b.t. macht verstaat en daar naar weet te handelen zal er iets veranderen: macht wordt je niet gegeven, macht moet je grijpen. Dus als je als architect denkt dat je de continu veranderende wereld kan dicteren met doel-architecturen zit je er naast. Je toont onvoldoende toegevoegde waarde en wordt dan buiten het spel gehouden.
“Paradigm shift”: van doel naar middel …
Als je spelverdeler wilt zijn, dan moet de architect uit die ivoren toren komen! Zijn rol gaan spelen in de harde werkelijkheid. Richtlijnen, ok. Ontwerpen: prima, maar dan wel vanuit het doorleven van het business belang en de continu veranderende wereld. En vervolgens: begeleid de projecten in de voortgang. Bewaak de scope. Voel de gevolgen van je eigen ideeën, neem besluiten en maak zelf de trade-off tussen business en architectuur. Regisseer het acceptatieproces.
Doel-architecturen verworden in dit proces tot (hulp)middel. Want een doel stellen is altijd goed. Maar het mag niet rigide worden. En dat wordt bereikt door de participatie van de architect in het businessproces. Hij leert het juiste doel kennen en de beweeglijkheid van de business te accepteren. En dat maakt het mogelijk de architectuur bij te stellen en te leren wat veranderlijk moet zijn en wat vast mag zijn. Van einddoel is architectuur een waypoint in het veranderingsproces geworden. Want als de business verandert, verandert ICT mee!
Grijp dus het stuur! Dan toont de architect zijn ware toegevoegde waarde en zal hij voor vol aangezien worden door zowel business als ICT. Dat dit eisen stelt aan de architect moge duidelijk zijn. Voldoende voer voor het volgende artikel!

Reacties op dit artikel
Veel thema’s voor discussie. Een paar uitdagende stellingen kan ik niet onbeantwoord laten.
1. De architectuur van Amsterdam is mooi.
Ik neem aan dat dit met name opgaat voor de Bijlmer, showcase van planologie, en niet voor de binnenstad, slechts het resultaat van een eeuwenlange evolutie.
2. Mooie gebouwen hebben geen legacy probleem.
Dat moet een misverstand zijn. De legacy problemen die ik bij bedrijven tegenkom zitten bij uitstek in (het gebrek aan) samenhang tussen de deelsystemen. Er is pas een legacy probleem als een applicatie niet meer goed aansluit op andere applicaties, niet meer goed draait op moderne operating systemen of geen toegang heeft tot services van leveranciers. Met andere woorden: legacy problemen zitten eerder op enterprise niveau. Laat nou uitgerekend de binnenstad van Amsterdam aanlopen tegen legacy problemen. Bijvoorbeeld als ze een metrolijntje willen aanleggen. Gek he, zelfs Amsterdam voldoet nog niet aan de requirements van de 21ste eeuw.
3. Er zijn geen mooie applicaties.
Ach, wat zielig nou voor die arme IT architecten. Ze hebben collectief een minderwaardigheidscomplex. Ze bouwen alleen maar saaie, zakelijke systemen. En de iPhone dan? Of het World Wide Web? Wikipedia? Of Myst, 7th guest, Civilization of WoW? TomTom misschien? Of Google Earth - pure schoonheid toch? Of wat te denken van de stormachtige ontwikkelingen rondom Flash, Silverlight en JavaFX.
Is het echt zo slecht gesteld, of is schoonheid iets dat in zakelijke omgevingen niet altijd even belangrijk wordt gevonden - ongeacht of het om software of om gebouwen gaat?
En dan nog iets anders. In de bouwkunde wordt schoonheid geassocieerd met de gulden snede. Daar is bij mijn weten inderdaad geen digitaal equivalent van. Maar er is meer schoonheid. In de wiskunde bijvoorbeeld. Denk maar aan de vergelijkingen van Mandelbrot. Dat levert trouwens ook hele mooie software op. Er zit ook schoonheid in de Biologie en in de Natuurkunde. Vraag het een gerenommeerd Natuurkundige, en grote kans dat de schoonheid van een vergelijking een rol speelt bij de geloofwaardigheid van een theorie. Op die manier bestaat schoonheid in IT architectuur al heel lang. De schoonheid van een taal, een patroon of een mechanisme hebben generaties archtitecten geïnspireerd om succesvolle, vitale systemen te ontwikkelen.
Tenslotte. De miskenning die de toppers op het gebied van IT architectuur ondervinden heeft volgens mij veel te maken met zelfonderschatting en negativitsme binnen het vakgebied. Laten we daarmee ophouden. Er is zoveel om trots op te zijn.
Hans Bot.
Toegevoegd door: Hans Bot op 10/12 om 04:25 uur
He Frans, Wat een ervaring om jou als schrijvend kunstenaar op het web actief te zien. Ik ben het het met Hans Bot eens: Toppers op het gebied van IT Architectuur leiden aan zelfonderschatting. Ik heb ruim een jaar gewerkt met Frans Loth in een zeer ingewikkelde projectsetting en Frans was in die tijd (2006) niet alleen in staat om de voordurend de hoofdlijn te pakken maar ook nog bij machte om creatief te zijn binnen in branche die van oudsher draait op routines en procedures waarvan niemand zich afvraagt wat daarvan de rato is (de financiële dienstverlening)
Toegevoegd door: Berrie van der Heide op 14/12 om 12:49 uur